Grafieken en statistieken

Routes naar Santiago.

Routes naar Santiago

Routes naar Santiago

Dit plaatje toont de meest bekende routes naar Santiago de Compostela vanuit de Lage Landen. De rode stippellijn is de St. Jacobsroute. De groene de route vanuit Vézelay, de paarse route start in Le Puy-en-Velay en de roze route start in Arles. De route Langs Oude Wegen is een compilatie van de drie laatst genoemde routes, onderling verbonden door met een grijze stippellijn aangegeven verbindingsroutes.
De Camino Francés is blauw gestippeld. De alternatieve en veel moeilijkere Spaanse Ruta del Norte staan in bruin getekend.

Het weer in Frankrijk.

Het weer in Frankrijk

Het weer in Frankrijk

Hierboven ziet U de belangrijkste weervariabelen (regen en temperatuur) langs de Franse routes tijdens het Caminoseizoen van mei tot en met september. Het kleine verschil in weer is geen reden om voor de ene of voor de andere route te kiezen. De oostelijke route is mooier, maar ook ruim 300 km langer en wat lastiger want er zitten meer heuvels in.

Het weer in Spanje.

Regen en temperatuur in Burgos en Santiago.

Regen en temperatuur in Burgos en Santiago.

In Santiago valt regelmatig een buitje en het is er frisser dan in Burgos. Maar ook in Burgos kan het in het voorjaar fris zijn. De stad ligt op 860 meter en dat beïnvloedt de temperatuur.

De wind in Spanje.

Windkracht Camino

De wind in Spanje

Op de Spaanse hoogvlakte, tussen Burgos en León, maar ook op de Alto del Perdón kan het flink waaien. Vandaar dat er regelmatig moderne windmolens te zien zijn. Langdurig (veel) tegenwind gaat snel erg ‘vervelen’. Zeker als er ook zand en stof in Uw gezicht wordt geblazen. Maar met wat geluk hebt U een zwakke oostenwind en is het heerlijk om te fietsen.

De bergen.

Hoogteprofiel van de Camino Francés

Hoogteprofiel van de Camino Francés

Er zijn drie flinke cols: een in de Pyreneeën, twee op de grens van Galicië. In Galicië liggen nog enkele lastige heuvels. En het regent er vrij regelmatig. Op de Spaanse hoogvlakte is het vaak droog en (bijna) zo plat als een dubbeltje. Heerlijk fietsen. Tenzij er een flinke tegenwind staat en/of als het meer dan 30 graden is.

De cols in de Pyreneeën.

De Ibañeta en de Somport

De Ibañeta en de Somport

De Ibañeta en de Somport verschillen niet zoveel qua moeilijkheidsgraad. Fietsen via de Somportpas gaat over een mooier parcours. Naar de Ibañeta fietst U over de vrije drukke D933/N135. De weg naar de Somport loopt enkele kleine stukken over de N134. De rest van de route gaat over rustiger wegen. Bijvoorbeeld het stuk rond de bergpas op 1.635 m, waar de N134 door een tunnel ónder de col loopt en U de oude weg óver de col neemt.

De Monte Irago en de Alto do Poio.

Monte Irago (cruz de Ferro) en Alto do Poio.

Monte Irago (cruz de Ferro) en Alto do Poio.

Beide Spaanse cols kunnen lastige ‘klimmetjes’ zijn. En na deze cols volgen nog enkele venijnige heuvels. Bijv. een twaalf kilometer lange klim tussen Sarria en Portomarin. De afdaling ná de kleine hoogvlakte waarop het Cruz de Ferro staat is 12 kilometer lang en heeft een flink verval. U daalt van 1.500 naar 600 meter. Zorg dat Uw remmen perfect in orde zijn. En weersta de drang om met 70 km/uur over de weg te vliegen.

Aantallen pelgrims

Aantallen pelgrims vanaf 1970.

Aantallen pelgrims vanaf 1970.

Vanaf 1993 neemt de belangstelling voor de Camino sterk toe. De eerste bloeiperiode van de Camino was in de 12e eeuw. Daarna trad een eeuwenlang verval in. In de vorige eeuw beleefde de Camino veel dieptepunten. Dus het verhaal dat de Camino al meer dan 1.000 jaar veel pelgrims trekt is enigszins overdreven. De huidige opleving geeft voeding aan het idee dat de Camino (binnenkort) aan zijn eigen succes ten onder zal gaan. De tijd zal ’t leren. Zeker is wel dat de drukte, de commercie en het Caminotoerisme met name in de afgelopen jaren sterk toenemen. Wacht dus niet te lang!

Totaal aantal pelgrims.

Totaal aantal pelgrims per jaar: realiteit en prognose.

Totaal aantal pelgrims per jaar, realiteit en prognose.

In 2016 worden bijna een kwart miljoen pelgrims verwacht. Hoe druk zal ’t zijn in 2021, het eerstvolgende Heilig Jaar? Meer dan 400.000 pelgrims?

Nederlandse pelgrims.

Aantal Nederlandse pelgrims, realiteit en prognose.

Aantal Nederlandse pelgrims, realiteit en prognose.

Ook steeds meer Nederlandse pelgrims. Of is in 2012 de top bereikt en stabiliseert het aantal nu.

De drukte per maand.

Drukte per maand in 2013.

Drukte per maand in 2013.

Augustus is elk jaar de drukste maand. De helft van alle ‘pelgrims’ komt uit Spanje. De andere helft uit vrijwel de hele wereld. Met opvallend veel Koreanen, Amerikanen en Canadezen. Naast uiteraard Fransen, Duitsers, Italianen en Engelsen. Er gaan een kleine 3.000 Nederlanders op weg. Een derde per fiets, twee derde loopt. Fietsers vertrekken in de regel vanuit huis, wandelaars starten meestal aan de voet van de Pyreneeën.

 

 

Wetenswaardigen

Onder deze kop heb ik een aantal onderwerpen samengebracht die op een of andere manier met de fietstocht naar Santiago de Compostela te maken hebben. Het is een selectie uit een hele reeks onderwerpen die als ‘wetenswaardig’ kunnen worden aangemerkt. Naar mijn idee zijn onderstaande het meest relevant:

1. Het Credential en het getuigschrift.
2. De geschiedenis van de Camino.
3. De populariteit van de Camino.
4. Het Heilig Jaar.
5. De ontmoetingen (onderweg).
6. De Huiskamer van de Lage Landen.
7. De Pelgrimsmis.
8. Finisterre, vroeger het einde der wereld.

Credential en getuigschrift

Bijna iedereen die naar Santiago de Compostela wandelt of fietst gaat op pad met een pelgrimspaspoort, het credential. Vlamingen hebben een stempelboekje en een geloofsbrief op zak. Deze papieren geven de wandelaar of fietser bepaalde voorrechten. Naar voorbeeld van hoe ’t ging in de Middeleeuwen. In die tijd konden pelgrims onderdak en eten krijgen in de vele kloosters langs de weg naar Santiago en konden ze rekenen op medische verzorging in een van de vele ziekenhuizen. Tenminste als ze konden aantonen een echte pelgrim te zijn en geen obscure vagebond. Om dat te kunnen ‘bewijzen’ hadden pelgrims een geloofsbrief van hun plaatselijke pastoor bij zich.
Belangrijke vraag is dus: “Waar kan een pelgrimspaspoort krijgen?” Echt krijgen kan alleen als U zich aanmeldt als lid van het Genootschap van Sint Jacob in Utrecht. Dan is het inbegrepen in de prijs van het lidmaatschap. Maar U kunt ’t ook kopen. Er is echter een maar. Volgens het Pelgrimsbureau in Santiago kunnen alleen door hen erkende instellingen geldige credentials uitgeven. Zoals het Nederlands Genootschap, het Pelgrimsbureau in St. Jean-Pied-de-Port en Spaanse kerken. Of degenen die op internet een credential aanbieden voor vijf euro door het Pelgrimsbureau erkend zijn is me niet bekend. Maar ’t lijkt me van niet. En ik weet uit eigen waarneming dat er ongeldige pelgrimspaspoorten in omloop zijn. Dan loopt U de kans op ‘geen stempel’, of  ‘geen toegang tot de albergue’ en -vrijwel zeker- ‘geen getuigschrift’.
Met een (geldig) credential kunt U rekenen op een gastvrij onthaal in een van de vele pelgrimsherbergen op de route. Soms echt gratis (donativo) maar meestal tegen een kleine vergoeding, variërend van 4 tot 12 euro. In een donativo herberg wordt een gift van vijf euro wel erg op prijs gesteld. U kunt geen gastvrij onthaal eisen zoals sommigen menen. Aan Uw credential kunt U geen rechten ontlenen.
Gratis eten kan nog maar op één locatie. In het luxe Hostal dos Reis Católicos aan het Praza do Obradoiro in Santiago de Compostela. Maar alleen de eerste tien pelgrims die in de rij voor een garagedeur staan én die in het bezit zijn van een getuigschrift krijgen een gratis maaltijd.
Het getuigschrift (compostela of compostolaat) wordt uitgegeven door het Pelgrimsbureau aan de rúa do Vilar 1/3 in Santiago. Van het getuigschrift bestaan twee varianten: het echte compostolaat en het certificado de distancia. Het echte is voorbehouden aan de echte pelgrims, degenen die op het aanvraagformulier hebben verklaard dat de reis naar Santiago uit religieuze overtuiging is gemaakt. Aanvragers die een andere reden opgeven kunnen een certificado kopen à drie euro. Voor iedereen geldt dat men ofwel de laatste 100 km heeft gelopen ofwel dat de laatste 200 km per fiets zijn afgelegd. Om dit te kunnen aantonen moet de wandelaar of fietser stempels verzamelen. Om misbruik tegen te gaan adviseert het Pelgrimsbureau aan de pelgrim in de laatste 100/200 km elke dag twee stempels te verzamelen en te (laten) voorzien van een datum. Het credential bevat ruimte om stempels te verzamelen. Stempels zijn op allerlei plaatsen te krijgen. Uiteraard bij kerken en kloosters, maar ook bij gemeentehuizen, VVV’s, albergues, campings, restaurants, etc. etc. De totale verzameling, alleen al langs de Camino Francés, bevat meer dan 1.000 verschillende stempels. U kunt al op dag 1 met het verzamelen beginnen. Bijv. bij de pastoor van Uw parochie of bij Uw gemeentehuis. Mogelijk dat ook dominees stempels uitdelen maar daar heb ik geen ervaring mee.

Geschiedenis van de Camino

De roots van ‘El Camino’, te vertalen als ‘de Weg’ of ‘het Pad’, liggen in een ver verleden. Hoé ver kan onderwerp van discussie zijn. Er zijn twee meningen.

  1. De Camino is een Keltisch ritueel, ontstaan vóór het begin van onze jaartelling. In die tijd meenden mensen dat de wereld plat was en dat er een einde was aan de wereld. In de betekenis dat het land ophield en de zee begon. Het einde van de wereld heet in het Latijn ‘Finis Terrae’. In het Spaans Finisterre. Het ritueel hield in dat mensen een voettocht maakten naar het einde der wereld.
  2. De Camino is een katholieke bedevaart naar het graf van de Apostel Sint Jacob. Deze leerling van Christus was in Palestina onthoofd, waarna zijn lichaam werd verscheept naar het Iberisch Schiereiland, het land waar hij gepredikt had. Hij werd er begraven en zijn graf werd rond 813 in de buurt van de stad Compostela (her)ontdekt door een kluizenaar. Dat leidde tot het ontstaan van een bedevaart naar die stad. Vrij kort daarna besloot de koning van Asturië in samenspraak met de kerkelijke autoriteiten de figuur Sint Jacob te gebruiken in zijn strijd tegen de Moren die bijna het gehele Iberische Schiereiland hadden bezet. De Apostel in zijn rol als Santiago Matamoros, zou in verschillende veldslagen de christenen hebben geholpen de Moren te verslaan. Er werd een kerk gebouwd in Compostela en de naam van de stad wijzigde in Santiago de Compostela. San(t) Iago is Spaans voor Sint Jacob. En vanwege zijn hulp tijdens de eeuwenlang durende reconquista (herovering)  is Sint Jacob nog steeds patroonheilige van Spanje.

Van de tweede mening bestaat een variant die wat meer de nadruk legt op de bisschop van Iria Flavia die het gevonden graf erkende als het graf van Sint Jacob en aan de bedevaart die dat tot gevolg had. Aan de rol van de koning van Asturië en de creatie van de figuur Santiago Matamoros wordt minder aandacht besteed.
Een mix van beide verklaringen is de Camino een Keltische oorsprong heeft, door de Romeinen is overgenomen en daarna, net zoals wel meer oude rituelen, gekerstend is.

Het hoogtepunt van de bedevaart naar het graf van Sint Jacob was in de 12e eeuw. In die tijd was Noord-Spanje heroverd op de Moren maar de reconquista was nog in volle gang. En zou pas eindigen in 1492 met de val van Granada. Tijdens de bloeiperiode van de Camino werden tal van kloosters en ziekenhuizen gebouwd. De Tempeliers traden op als beschermers van de monniken en pelgrims. Behalve monniken en pelgrims kwamen er ook veel ambachtslieden en handelaren uit vooral Frankrijk om het op de Moren veroverde land te herbevolken. Deze stroom immigranten gaf aan het bedevaartpad zijn huidige naam: de Camino Francés, het Franse pad.
De naam Compostela wordt veelal geduid als afkomstig van het Latijnse woord voor ‘Sterrenveld’. Welke hierboven beschreven mening als ‘waarheid’ wordt gezien, is ook bepalend voor de verklaring van de herkomst van de naam Sterrenveld. De katholieke uitleg is dat deze naam verwijst naar de ster die de kluizenaar de weg naar het graf van Sint Jacob gewezen zou hebben. De Keltische uitleg stelt dat Sterrenveld verwijst naar de Melkweg die in donkere nachten boven het pad naar het einde der wereld goed te zien was.

Vanwege diverse redenen (de pest, oorlogen, renaissance, protestantisme) daalde de belangstelling voor de bedevaart na 1400 gestaag. Tot een dieptepunt van minder dan 20 pelgrims per jaar. Mede door toedoen van de pastoor van O’Cebrerio (Elías Valiña) nam de belangstelling toe; hij begon in 1984 gele pijlen te schilderen op wegen, paaltjes, bomen en gebouwen. Maar vooral nadat in 1993 de overheid van Galicië de potentie van de bedevaart onderkende (er werden daarom bijv. gemeentelijke albergues gerealiseerd) en nadat El Camino was toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst.  Vanaf 1993 nam de belangstelling met sprongen toe. In 2013 vroegen ruim 200.000 wandelaars en fietsers bij het Pelgrimsbureau een getuigschrift aan.

Populariteit van de Camino

Naar Santiago de Compostela wandelen of fietsen is sinds 1993 een populaire onderneming geworden. Naar de oorzaken ervan en de motieven van de huidige pelgrims wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan. Onder meer omdat eerdere pogingen de Camino nieuw leven in te blazen mislukt zijn.
De meer dan 200.000 personen die zich aan de balie van het Pelgrimsbureau in Santiago melden zijn natuurlijk niet allemaal devote pelgrims die vanwege hun geloof het graf van Sint Jacob bezoeken, bijvoorbeeld om een volle aflaat te verkrijgen in een Heilig Jaar. Veel wandelaars en fietsers (en de enkeling die met een ezel, muilezel of paard op stap gaat) ondernemen de tocht om andere redenen. Het is een bont gezelschap: langeafstandfietsers, prestatiegerichte ‘wielrenners’, zestig-plussers met een goede conditie en een zee van tijd. Maar ook mensen die een nieuwe start in hun leven willen maken, na een echtscheiding, een ontslag,  een overwonnen ernstige ziekte of het verlies van een geliefde. Maar de meeste (85%) caminogangers zijn wandelaars. De helft van alle deelnemers komt uit Spanje. De rest komt uit de hele wereld. De belangrijkste landen van herkomst zijn: Frankrijk, Duitsland, Italië, US, Canada, Polen, UK  en Korea. Nederland valt het ene jaar wel en het andere jaar niet in de top-tien. Onder de wandelaars zijn opvallend veel jonge mensen. En niet alleen het type ‘student’. Op de site van het Pelgrimsbureau vindt U pdf-jes met jaarlijkse statistieken.
De grootste drukte is in de maand augustus, met 40.000 ‘arrivals’. Dat betekent niet dat U deze drukte over de héle Camino ervaart. Een groot deel van de deelnemers start pas ergens na León. Zij lopen de laatste kilometers van de route. Vooral na Sarria kan het heel druk zijn. Want wie in Sarria begint te lopen kan al een getuigschrift krijgen.
Slechts 15% van alle ‘pelgrims’ gaat met de fiets. En veel fietsers zijn Spaanse mountainbikers. Het aantal Nederlandse fietsers (ze starten veelal vanuit huis) ligt op enkele honderden per jaar. Bij het Pelgrimsbureau melden zich jaarlijks in totaal 2.500 à 3.000 Nederlanders. Evenals het totale aantal deelnemers aan de Camino stijgt ook dit aantal nog steeds. Of deze stijging doorzet is lastig te voorspellen, maar het zou kunnen zijn dat in 2016 zo’n 250.000 personen in Santiago aankomen. Waarvan ruim 3.000 met de Nederlandse nationaliteit.

Heilig Jaar

Het Heilig Jaar vind ik een mooi voorbeeld van katholieke marketing avant la lettre. In de tijd dat de belangstelling voor bedevaarten in Europa afnam werd bedacht ‘Heilige Jaren’ te organiseren. De aanbieding was (en is): wie in een Heilig Jaar een erkend bedevaartsoord bezoekt krijgt een volle aflaat. Mits voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden beschreven in de ‘Handleiding voor aflaten’ uit 1999.  Aflaten, ontwikkeld in de 11e eeuw, waren in de Middeleeuwen een erg gewild ‘artikel’. Er waren verschillende aflaten. Gemeenschappelijk kenmerk was dat aan wie een aflaat had verdiend zonden werden kwijtgescholden. Dat verminderde de tijd dat de zondenaar in het vagevuur moest doorbrengen. Hoeveel zonden werden kwijtgescholden hangt af van het type aflaat. Meest effectief was de volle aflaat. Dan werden alle zonden kwijtgescholden. Behalve doodzonden. Had je die begaan dan was kwijtschelden niet mogelijk en wachtte gewoon de hel. Het is dus niet zo verwonderlijk dat er een handel ontstond in aflaten. En hoe verwerpelijk dit door o.a. Luther werd gevonden, zónder de handel in aflaten was er -waarschijnlijk- geen Dom van Utrecht geweest en was het huidige Parador van de Katholieke Koningen in Santiago nooit gebouwd.
De organisatie van een Heilig Jaar was slechts voorbehouden aan enkele pelgrimsoorden (zoals Jeruzalem, Rome en Santiago de Compostela) en oorspronkelijk was er maar één Heilig Jaar per eeuw. Later werd dit teruggebracht tot een keer per 25 jaar. In Rome is dat nog steeds de frequentie. Maar om de populariteit van de bedevaart naar Santiago extra op te schroeven besloot het Vaticaan in 1428 dat deze bedevaart een Heilig Jaar mocht houden als 25 juli, de naamdag van Sint Jacob, op een zondag valt. En zo is het nog steeds. Het eerstvolgende Heilig Jaar is in 2021. Net zoals in het Vaticaan is er dan een bijzondere deur van de kathedraal geopend. Deze deur is in gewone jaren potdicht maar wordt bij de start van een Heilig Jaar feestelijk geopend. Iedereen wil in een Heilig Jaar dus via déze deur de kathedraal binnenstappen. Hoe effectief het instrument Heilig Jaar is valt af te lezen aan de bezoekersaantallen. Reken op 80% extra caminogangers. Begrijpelijk dat men zich in Santiago nu al zorgen maakt over de situatie in 2021. Als de trend sinds 1990 doorzet komen er in 2021 een kleine half miljoen pelgrims naar Santiago. Tel daar de gewone toeristen bij op en het is duidelijk dat de kleine binnenstad dit aantal niet of nauwelijks aankan.

Ontmoetingen

Rond de tijd dat U vertrekt, vertrekken er nog een paar fietsers. Ergens in Nederland, Vlaanderen of elders in Europa. Op bijv. dag drie van Uw reis ontmoet U een of enkele van hen. Leuk. Ervaringen en foto’s delen, soms met e-mailadres en al. Het opmerkelijke van de Camino (en mogelijk ook andere langeafstandfietsroutes) is dat het waarschijnlijk niet bij deze ene ontmoeting zal blijven. Na een paar dagen of na misschien wel een week ontmoet U dezelfde mensen weer. Zomaar ergens langs de weg, op een plein, in een restaurant of tijdens een bezoek aan een bezienswaardigheid. U ervaart het als een bijzondere gebeurtenis. Dat is het ook, maar het is niet uniek. Het overkomt velen die onderweg zijn naar Santiago.

Huiskamer van de Lage Landen

Het Genootschap van Sint Jacob in Utrecht -veel wandelaars en fietsers die naar Santiago gaan zijn lid- heeft in de Rúa do Vilar nr 3 een Huiskamer van de Lage Landen ingericht. Het is een vrij nieuw initiatief en het is niet zeker of het ook in 2015 wordt doorgezet. Maar de afgelopen twee jaar waren een succes -zo staat er te lezen- en dus is er hoop.
Tijdens het pelgrimsseizoen kunt U er heen gaan en U wordt er gastvrij ontvangen. De huidige lokatie ligt pal naast het Pelgrimsbureau. Gemakkelijker kan dus niet.

Pelgrimsmis

Elke dag om 12:00 uur is er in de kathedraal een pelgrimsmis. Een katholieke eredienst waarin een flink aantal priesters aan het altaar staan. De dienst duurt ongeveer anderhalf uur. Nieuw aangekomen pelgrims hebben een soort gereserveerde plaats. Vooraan in de kerk zijn plaatsen beschikbaar voor pelgrims die hun compostolaat kunnen laten zien. Iedereen is welkom in de dienst, maar als U wat wilt zien moet U op tijd komen. Want het is er altijd druk. Volle bak. De massaliteit en de devotie van veel pelgrims kan indruk maken. Wat zeker indruk maakt is het spektakel met het wierookvat. In dit vat, 1,65 m hoog, ligt een warme steen waarop wierook wordt gestrooid waarna de geur en de walm ervan zich door de kerk verspreidt. Vroeger een prima maatregel om de lucht die de honderden pelgrims verspreidden enigszins te camoufleren. Het wierookvat wordt door acht touwtrekkers in beweging gebracht en zwiert met een noodgang van links naar rechts door de kerk. Geen brandweer, ambulance of politie te bekennen. Onverantwoord -vermoed ik- volgens ons Ministerie van Veiligheid en Justitie maar in Spanje kan ’t gewoon wel. Er moet voor betaald worden. Maar dit gebeurt achter de schermen en U kunt gewoon gratis genieten van het schouwspel. Tenzij U op een dag komt dat er zich geen financiers bij de pastoor hebben gemeld.

Finisterre

U kunt Uw fietstocht naar Santiago de Compostela een kleine 200 km verlengen door naar de Spaanse westkust te fietsen. Daar ligt het Galicisch plaatsje Fisterra en drie kilometer verder de Cabo Finisterre. Het einde der wereld. Te vergelijken met het Bretonse Finisterre en het Engelse Land’s End. Allemaal Keltische heiligdommen uit een ver verleden. Want evenals het Franse Bretagne, het westen van de Britse Eilanden en Ierland werd het Noordwesten van Spanje door de Kelten bevolkt nadat ze uit Midden-Europa verdreven waren. En dus zijn er ook in Santiago doedelzakken en zijn er Keltische sieraden en blauw-wit keramiek te koop.
In de Middeleeuwen liepen pelgrims naar Finisterre om daar hun kleding en schoenen te verbranden en hun wandelstok in zee te gooien. Dat kan nog steeds. Er zijn officiële en illegale stookplekken nabij de 600 meter hoge granietheuvel. Het uitzicht over de Atlantische Oceaan is prachtig, tenminste als het niet regent of mistig is. Op de kaap staat een vuurtoren en een hotel.

 

Tien vragen en antwoorden

Deze tekst is een inkorting van wat staat op:  http://perfietsnaarsantiago.wordpress.com.
Bedoeld voor diegenen die snel een beknopt antwoord willen op de meest prangende vragen rond de fietstocht naar Santiago de Compostela. Doelgroep van beide teksten: iedereen die met het idee speelt naar Santiago te fietsen en geen ervaring heeft met langeafstandfietstochten. Maar wel zicht wil krijgen op wat ‘er bij komt kijken’ als je naar Santiago gaat fietsen. Zelf ben ik geen doorgewinterde langeafstandfietser, maar ik heb de tocht naar Santiago wel twee keer gemaakt. Zowel via de westelijke St. Jacobsroute als de oostelijke route Langs Oude Wegen. Een ervaringsdeskundige om mezelf een etiket te geven.
Ter geruststelling: de foto hierboven toont het steenslagpad van de ‘echte’ Camino. De asfaltweg waarover U fietst kruist dit steenslagpad. Als U de ‘echte’ Camino wilt beleven kunt U dit steenslagpad nemen. Geen punt. Het is vanaf hier zo’n drie kilometer naar het leuke, kleine dorpje Hontanas. En ‘hier’ is in dit geval 4 km na het dorpje Iglesias, iets na Burgos, vijfhonderd meter vóórdat U linksaf slaat, de  BU-P-4013, richting Castrojeriz.

In deze tekst hanteer ik drie aannames. (1) U neemt een van de twee Franse routes en vervolgens de Camino Francés, door Clemens Sweerman tot in detail beschreven in zijn onvolprezen fietsgidsjes, uitgegeven door Pirola. (2) U gebruikt geen racefiets of mountainbike waarmee U de tocht binnen 21 dagen wilt afraffelen, maar U gaat op stap met een gewone fiets met tenminste 24 versnellingen. En (3) U bereidt zich goed voor. Bijvoorbeeld door tenminste een stuk of 15 ritten te fietsen van rond de 100 km elk.

In tegenstelling tot mijn uitgebreide tekst bevat deze tekst geen foto’s en grafieken en ook geen links naar informatieve sites. Mocht U dus in navolgende tekst niet genoeg informatie vinden, klik hier. U vindt er uitgebreide antwoorden op 33 vragen.
Evenals de site waarnaar wordt verwezen is onderstaande informatie in het format ‘vraag en antwoord’ gegoten. Eerst geef ik een overzicht van de 10 vragen die in deze tekst aan de orde komen. Daarna volgt per vraag mijn antwoord erop.

Overzicht van de vragen.
1. Welke route?
2. Wat kost het?
3. Wat zijn de belangrijkste risico’s?
4. Wanneer is de beste tijd?
5. Alleen of in gezelschap?
6. Hoe lang duurt de tocht?
7. Waar overnachten?
8. Wat mee te nemen?
9. Aan welke eisen moet de fiets voldoen?
10. Hoe verloopt een fietsdag?

1. Welke route?

Er zijn twee routes waaruit U kunt kiezen. De westelijke St. Jacobsroute en de oostelijke route Langs Oude Wegen. Beide beschreven in fietsgidsen onder regie van Clemens Sweerman. De westelijke route is gemakkelijker en korter: 2.500 km. De oostelijke route is mooier en langer: 2.800 km. Veruit de meeste fietsers nemen de westelijke route en daarvan dan de variant ‘via Chartres’. Ook nemen de meeste fietsers de Pyreneeënpas via Roncesvalles maar de oostelijker gelegen Somportpas is ook goed mogelijk. Beide passen zijn qua moeilijkheidsgraad niet zo verschillend. Alhoewel de gangbare mening is dat de Somportpas het moeilijkste is, mogelijk omdat de pas 600 meter hoger ligt. Maar het gaat niet om de absolute hoogtes. De moeilijkheidsgraad wordt bepaald door de te overbruggen hoogtemeters, door het stijgingspercentage en door het weer. Bij beide passen moet er ongeveer 900 meter worden geklommen en het stijgingspercentage schommelt tussen de 6% en 8%. Enkele uitschieters daargelaten. Ter indicatie:

  • tot 4% stijging is gemakkelijk, ook gedurende veel kilometers.
  • tussen 4% en 6% begint het pittiger te worden, maar zeker niet onoverkomelijk.
  • tussen 6% en 8% kan de stijging als “vrij zwaar” worden ervaren.
  • tussen 8% en 10% is ronduit zwaar. Uw snelheid kan terugvallen tot 5 km/uur.
  • boven de 10% is bijna niet te doen, tenzij U erg weinig bagage heeft of als de klim na 100 meter weer afzwakt.

Voor hen voor wie deze percentages als ‘gering’ overkomen (Wat is nou 8%? Kippetje!) geef ik de gemiddelde stijging op de Mont Ventoux: 7,4%. Ik schrijf ‘ter indicatie’ omdat Uw ervaring van een klim niet alleen afhankelijk is van het stijgingspercentage. Het stijgingspercentage is één van de factoren. Andere factoren die bepalen of U een klim ‘lastig’ vindt (of niet) zijn:

  • Uw conditie. Goede of slechte benen. Vermoeid of fris. Het maakt heel veel uit.
  • Het weer. Regen, tegenwind, kou en vooral ook hitte. Allemaal spelbrekers.
  • Energie. Alvorens te gaan klimmen wat eten geeft energie. Tijdens de klim eten ook.
  • Schakelen. U heeft die 24 versnellingen niet voor niets. Gebruik ze. En gebruik een lage versnelling in plaats van te stoempen en de grote plaat draaien.
  • Blijf zitten. Staand klimmen staat stoer. In de Tour doen ‘ze’ dat ook. Maar deze professionals blijven wel zo lang mogelijk zitten. Kost minder energie.

En  misschien zit de allerbelangrijkste factor wel tussen Uw oren.
Het weer kan op beide passen slecht zijn. Ook in juni kan de temperatuur dalen tot onder de 10 graden met mist en/of regen. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan de Somportpas. Ik vind deze route veel mooier dan de route via de Ibañeta. Bovendien is Jaca een mooi typisch Spaans stadje en is het traject Jaca-Puente la Reina ook zeer de moeite waard. Mocht U denken dat met het overwinnen van de Pyreneeën de bergetappes achter de rug zijn dan heeft U het mis. Er volgen in westelijk Spanje nog twee fikse cols: Monte Irago (Cruz de Ferro, 1505 m) en Alto do Poio (op 1335 m, kort na O’Cebreiro). Plus nog wat venijnige klimmetjes bijv. tussen Sarria en Portomarin.
In Spanje is er maar één route: de populaire Camino Francés, die van de Pyreneeën naar Santiago de Compostela loopt via steden als Logroño, Burgos, León en Astorga.

2. Wat kost het?

De kosten zijn direct gerelateerd aan hoe U de reis gaat ondernemen. Er zijn drie variabelen die de kosten het sterkst beïnvloeden:
1. Het type fietser.
2. De route.
3. Uw bestedingspatroon.
In onderstaande tabel zijn deze variabelen samengebracht en voorzien van indicaties van de kosten. U ziet dat indien U de route ‘Langs Oude Wegen’ fietst als rustig peddelende pelgrim die luxe prefereert U rond de 3.000 euro kwijt bent. De langeafstandfietser die de St. Jacobsroute fietst en zuinig aan doet betaalt zo’n 1.000 euro. Deze bedragen zijn exclusief aanschaf van materialen en exclusief de kosten van de terugreis, én gebaseerd op het aantal dagen dat de reis netto duurt. Neemt U enkele rustdagen en/of verblijft U langer dan één dag in Santiago, dan vallen Uw uitgaven hoger uit.

Type fietser

Wielrenner

Langeafstand fietser

Rustige pelgrim

Route

Bestedingen

west

   20*

oost

   23*

west

  28*

oost

  32*

west

  39*

oost

  45*

Budget

nvt**

nvt**

1000

1200

1400

1600

Gemiddeld

1000

1200

1400

1600

2000

2300

Luxe

1300

1500

1800

2100

2500

3000

*) Dit getal staat voor het aantal dagen dat deze route netto duurt.
**) Voor de wielrenner is het niet mogelijk tegen het lage (budget) dagtarief te reizen.

3. Wat zijn de belangrijkste risico’s?

Het belangrijkste risico dat U loopt is onderweg ziek te worden. Dat kan een eenvoudig ´griepje´ zijn maar ook een ernstiger aandoening. Echte griep, knieproblemen, ontstekingen aan Uw zitvlak, voedselvergiftiging, etc. In een enkel geval een serieuze ziekenhuisopname, in een uitzonderlijk geval met fatale afloop. Maar U kunt er veel aan doen om dit risico te beperken. Vertrek in goede conditie, verzorg Uw lichaam goed en vermijd overbelasting. De andere risico´s staan hieronder met enkele risicobeperkende maatregelen.

a. Verdwalen.

Even van de route raken en de route weer opzoeken is normaal. Maar verdwalen, ik bedoel: niet weten waar U bent, kan een echt probleem zijn. De meest eenvoudige risicobeperkende maatregel is een GPS-systeem meenemen. Heeft U geen GPS meegenomen dan is een kompas handig in het geval de zon niet zichtbaar is. Aangevuld met wat richtinggevoel en een toefje geluk komt U er meestal wel uit. Vragen aan een lokale bewoner waar U bent uiteraard ook. Mits U in de bewoonde wereld bent. En let wel: op het Franse en Spaanse platteland spreekt men (meestal) uitsluitend de moedertaal. En Uw gesprekspartner een kaart uit het routeboekje laten zien helpt vaak ook niet. Hij/zij heeft meestal geen leesbril bij de hand….
Een andere maatregel kan zijn dat U frequent checkt of U ‘nog goed zit’. Maar dit gaat ten koste van de beleving van de tocht. U zit met Uw hoofd veel meer bij het routeboekje en de weg in plaats van bij de omgeving: mensen, natuur, cultuur.

b. Hongerklop.

Indien U onvoldoende hebt gegeten, met name voorafgaand aan een forse klim, dan kunt U overvallen worden door de ‘man-met-de-hamer’. Deze uitdrukking betekent dat U plotseling volledig uitgeput bent een geen meter meer kunt fietsen. Vermijd dit risico door onderweg regelmatig wat te eten en te drinken. En door ’s ochtends niet op nuchtere maag op de fiets te stappen.

c. Materiaalpech.

Bijna iedereen gaat ervan uit dat dit risico zeker realiteit wordt. Bijv. bandenpech. Maar dat hoeft helemaal niet. De kans dat U Santiago bereikt zonder materiaalpech is zeer wel aanwezig. Naast bandenpech zijn de belangrijkste risico’s:
– Kabelbreuk.
– Kettingbreuk.
– Gebroken spaken.
– Slag in het wiel.

Bijna al deze risico’s kunt vermijden door voorzichtig met Uw fiets om te gaan en rustig te fietsen. Het risico op bandenpech is te verminderen door antilekbanden te gebruiken. Neem voor reparatie van Uw fiets alleen het hoogst nodige mee: bandenafnemers en plakspul, extra spaken en spakensteller, rem- en schakelkabels en een kettingpons plus een stukje ketting. Een setje remblokjes plus montagegereedschap meenemen is vanzelfsprekend.

d. Slecht weer.

Dit risico is alleen te beperken door te gaan fietsen als de kansen op ‘goed weer’ het grootst zijn. Bijv. in juni. Maar U moet ervan uit gaan dat U onderweg ‘slecht weer’ zult treffen. In de vorm van regen en/of een flinke tegenwind. Maar het kan ook koud zijn, bijvoorbeeld op Spaanse hoogvlakte, of op de twee Spaanse cols en in de Pyreneeën. Of het is ongenadig heet in juli of augustus. Uiteraard, er zijn voorbeelden van geluksvogels die alleen maar goed fietsweer hebben gehad. Maar de kans daarop is niet zo heel groot.

e. Vallen of een aanrijding.

Omdat Uw fiets wat minder handelbaar is vanwege de kilo’s bagage en omdat er nauwelijks fietspaden zijn zodat U vaak over een gewone asfaltweg rijdt, is er kans op vallen en/of een aanrijding. Ook dit risico is alleen te vermijden door voorzichtigheid te betrachten, vooral tijdens regen en door niet met 40 km/uur of meer bergaf te fietsen.

f. Diefstal.

U kunt bestolen worden. In het klein maar ook in het groot. Uw fiets compleet met bagage kan opeens foetsie zijn. Uiteraard sluit U Uw fiets goed af als die ergens wordt gestald. Maar Uw bagage beschermen tegen diefstal is niet altijd mogelijk. Wanneer U onderweg wat wilt bezichtigen of even in een winkel inkopen wilt doen zit Uw bagage onbeheerd op Uw fiets. Dat kan een ongemakkelijk gevoel geven. Maar anderzijds is het risico beperkt. Er zijn niet zoveel criminelen geïnteresseerd in gebruikte kleding en een vale slaapzak. Als deze bagage op een splinternieuwe luxe fiets zit is het risico op diefstal van bagage én fiets uiteraard groter. Gebruik daarom bij voorkeur geen nieuw rijwiel van meer dan 2.000 euro.

g. Teveel bagage.

Een veel voorkomende fout is dat er teveel bagage wordt meegenomen. Met als risico dat Uw fiets te zwaar beladen is en U daarvan erg veel (of onoverkomelijke) hinder ondervindt. Zacht uitgedrukt: het is heel erg vervelend om bergop grote afstanden te moeten lopen omdat U het fietsend niet kunt trekken. Dus beperk Uw bagage. Indien U niet kampeert en niet zelf kookt is 15 kilo een mooi richtgetal. Indien U wel kampeert en kookt is 23 kilo het absolute maximum. Bent U ouder dan 60 jaar: maximaal 20 kilo, maar liefst 5 kilo minder.

f. Ruzie.

Stel U gaat als duo of in een nog groter gezelschap. Meestal met bekenden maar het komt voor dat volslagen vreemden elkaar gevonden hebben op een of andere (dating)site en besloten hebben samen op reis te gaan. Prima. Maar er is een -hopelijk klein- risico op onenigheid of zelfs een ordinaire ruzie tussen de reisgenoten. De meest effectieve maatregel om ruzie te voorkomen is alleen op stap gaan. Maar dat kan juist ongezellig zijn of als te risicovol worden ervaren. Wat dan? Maak een paar afspraken en probeer onderweg de afspraken te respecteren. Op papier zetten hoeft ook weer niet, maar de plannen even goed doorspreken is een goed idee, ook de minder prettige en de minder waarschijnlijke aspecten. Het gaat daarbij om zaken zoals:

  • Wanneer is ’s ochtends het vertrek, ongeveer? Acht uur of tegen tienen?
  • Hoe luxe wordt er dagelijks geluncht? Lunchpakket of restaurantje?
  • Hoeveel tijd is er om wat te zien? En wie bepaalt wanneer en hoe lang?
  • Hoe snel wordt er gereden? En hoeveel uur per dag?
  • Wat doen ‘we’ bij ziekte van een van de reisgenoten?

U kunt dit lijstje ongetwijfeld zelf aanpassen aan de aspecten die voor U van belang zijn. Mijn betoog is niet dat U over álles afspraken moet maken, maar bespreek dit issue wel vóórdat U vertrekt. En als U en Uw compagnon(s) besluiten weinig of geen afspraken te maken en alles te nemen zoals ’t komt, ook prima. Wissel in elk geval telefoonnummers uit voor ’t geval de een de ander(en) kwijt is.

4. Wanneer is de beste tijd?

Juni.
Het seizoen loopt van april tot en met september. De voorkeursvolgorde van de andere maanden in het seizoen is: september, mei, juli, april en augustus. Half oktober aankomen in Santiago kan nog net. Later arriveren is voor de fietser nauwelijks een optie. En in maart en begin april is het veel te koud in Frankrijk, op de Spaanse hoogvlakte (Burgos en León) ) en op de Spaanse cols zoals de Monte Irago en Alto do Poio. Augustus staat op de laatste plaats omdat ’t in deze maand onderweg erg druk is en vanwege de grote kans op hoge temperaturen.

5. Alleen of in gezelschap?

Dat is een erg persoonlijke keuze. Iemand die onderweg graag aanspraak heeft en risico’s wil verminderen gaat in gezelschap. Als duo gaan is een veel gehanteerd concept. Met drie of vier personen kan ook, maar wanneer het gezelschap groter is moet met extra factoren rekening gehouden worden.
Maar ook alleen gaan is een prima optie. De risico’s zijn wat groter maar indien onderweg U wilt genieten van de ultieme vrijheid is het een goede keuze. En wat de risico’s betreft: dat valt allemaal best mee. Met gezond boerenverstand, enige inventiviteit en wat doorzettingsvermogen is het allemaal uitstekend te doen. In geval van echte problemen zijn er (meestal) genoeg lokale bewoners die U kunnen en willen helpen.

6. Hoe lang duurt de tocht?

Dat hangt af van Uw gemiddelde snelheid (13, 16, 20 km/u), het aantal echte fietsuren-per-dag (4, 5, 6 of nog meer), van Uw keuze om veel of weinig tijd te besteden aan het bezoeken van een stad, museum of andere bezienswaardigheid en of U wel/geen hele of halve rustdagen inlast. Rustdagen in de betekenis ‘op adem komen’ zijn vrijwel nooit noodzakelijk. Prima als U een rustdag neemt, maar nodig is het niet. Tijd voor bezoeken aan dorpen en steden, kerken en musea en wat al niet meer is een ander verhaal. Het komt me voor dat veel fietsers daar weinig tijd voor inruimen. Jammer. Er is onderweg ontzettend veel te zien. Niet alles ligt aan de route maar veel is de moeite waard. Bereid U goed voor en neem er de tijd voor. Hoeveel tijd U wilt besteden aan sightseeing, is een uitermate persoonlijke aangelegenheid. Mogelijk reden om alleen te fietsen want dan kunt U doen en laten wat U wilt.
De duur van de tocht exclusief de tijd voor culturele bezoeken is afhankelijk van welke route door Frankrijk U neemt, hoe snel U fietst en hoeveel uur U per dag op het zadel zit. Ik onderscheid drie type fietsers:
Wielrenner: De westelijke route duurt 20 dagen, de oostelijke 23.
Langeafstandfietser: De westelijke route duurt 28 dagen, de oostelijke 32.
Rustig peddelende pelgrim: Westroute 39 dagen. Oostroute 45 dagen.

7. Waar overnachten?

De belangrijkste keuzes zijn:
1. Wel of niet overnachten op een camping.

2. Wel of geen gebruik maken van albergues/refugio’s.

Betreffende deze keuzes zijn er grofweg vier type fietsers te onderscheiden:

  • de verstokte kampeerder. Hij (zij) overnacht enkel op een camping.
  • de mooi-weer kampeerder. Hij overnacht op een camping tenzij het slecht weer is. Dan wijkt hij uit naar een albergue/refugio of hostal.
  • de niet-kampeerder. Hij overnacht in een B&B (chambre d’hôte), pelgrimsgîte, albergue, pension of hostal. Desnoods bij een particulier of in een verlaten schoolgebouw of sporthal. Al naargelang het aanbod en de prijzen in de overnachtingsplaats.
  • de luxe fietser. Hij overnacht in een (luxe) hotel. Als het niet anders kan wijkt hij noodgedwongen uit naar een hostal of pension. Hij overnacht in een pelgrimsherberg als alle andere opties onmogelijk zijn gebleken.

Uw keuze is bepalend voor:

  • wat U meeneemt: wel of geen tent (en kookspullen).
  • de kosten van de reis. Camping, 8 euro. Albergue en pelgrimsgîte: 10 euro, B&B, pension en hostal: 35 euro, hotel: 50 euro of meer.

Uiteraard zijn deze prijzen (per nacht) grove indicaties. De camping-, albergue- en gîteprijzen zijn per persoon; de B&B-, pension-, hostal- en hotelprijzen zijn per kamer.
Boeken of reserveren van een overnachtingsplek kan maar is niet gebruikelijk. Ten eerste bieden alleen hotels en sommige hostals reserveringsmogelijkheden. Een plek in een albergue reserveren kan alleen bij ’n enkele private albergue. Ten tweede: het gaat ten koste van de caminobeleving. En nodig is het niet. Tenzij U enige luxe en privacy wilt en U de contacten die U overdag heeft met caminogangers uit de hele wereld voldoende vindt.
De meeste fietsers zijn ‘niet-kampeerders’. Voor hen is het vinden van een slaapplaats bijna nooit een probleem. De reis naar Santiago is zeer populair. Het aanbod van B&B’s, pensions, gîtes, hostals en albergues is daarom zeer groot. Mogelijk met uitzondering van België en Noord-Frankrijk. Voor kampeerders is het vinden van een overnachtingsplek nooit een probleem. Enkel diegenen die de albergue (en zeker de camping) willen mijden kunnen een probleem hebben tijdens het hoogseizoen of in de binnenlanden van Frankrijk.

Pelgrimsherbergen (in ’t Spaans: albergue of refugio) staan enkel in Spanje en alleen langs de wandelroute Camino Francés. Dit betekent dat U, daar waar de fietsroute sterk afwijkt van de wandelroute, geen albergues zult vinden. Villaescuda la Sombría bijvoorbeeld ligt aan de Sweerman-fietsroute maar is kilometers verwijderd van de Camino Francés, die parallel aan de N-120 loopt. In Villaescuda zijn dus geen albergues. Als U in plaats van de rustige Sweerman-fietsroute de N-120 neemt treft U wel in elk gehucht aan deze drukke weg met veel vrachtverkeer een of meer albergues. In Frankrijk kunt U in een (klein maar groeiend) aantal pelgrimsgîtes overnachten.

8. Wat mee te nemen?

Zo min mogelijk. Omdat U een langeafstand fietsroute door Europa neemt is ‘exotische’ bagage zoals waterzuiveringstabletten niet nodig. U kunt volstaan met de gewone bagageset voor een langeafstandstocht. Hieronder staat een lijstje. Uiteraard zijn er veel soortgelijke lijstjes op internet te vinden. Ieder met hun eigen accenten. Doe er Uw voordeel mee. Er zijn twéé uitzonderingen op de standaard langeafstand fietsbagage: het pelgrimspaspoort of credential en een steentje.
Het pelgrimspaspoort is document (van stevig papier) dat U nodig heeft indien U wilt overnachten in Franse pelgrimsgîtes of Spaanse herbergen voor pelgrims, albergues of refugio’s genaamd. Én indien U bij het pelgrimsbureau een Santiago een getuigschrift wilt verkrijgen. Dergelijk getuigschrift (er zijn twee varianten) heet ‘compostela’ of ‘compostolaat’. Het ‘bewijst’ dat U de tocht volgens de regels van het Pelgrimsbureau tot een goed einde heeft gebracht. De belangrijkste regels van het Pelgrimsbureau zijn:

  1. Uw pelgrimspaspoort moet een geldig pelgrimspaspoort zijn.
  2. U moet kunnen aantonen dat U (tenminste) de laatste 200 km per fiets hebt afgelegd.
  3. U moet aangeven wat Uw motief was om de reis (pelgrimstocht zo U wilt) te maken.

Aan de 1e regel voldoet U door een pelgrimspaspoort aan te vragen bij een door het Pelgrimsbureau in Santiago erkende instelling. Bijv. het Nederlands Genootschap van St. Jacob in Utrecht. Pelgrimspaspoorten zijn ook onderweg te koop, bijv. bij het pelgrimsbureau in St. Jean-Pied-de-Port of op (bijv.) de site http://www.caminodesantiago.me. De geldigheid van een pelgrimspaspoort is te zien aan het stempel van de uitgevende instelling op pagina 1 van het paspoort; de instelling moet erkend zijn.
Aan de 2e regel voldoet U door onderweg stempels te vergaren. Tenminste in de laatste 200 km (vanaf Ponferrada) en dan liefst twee stempels per dag. Die stempels kunt U overal krijgen: in albergues, cafés, gemeentehuizen, kroegen en restaurants. En uiteraard in elke kerk en elk monasterio dat open is. In Uw pelgrimspaspoort is plek voor enkele tientallen stempels. Het vergaren van stempels kan dus al op de 1e dag beginnen.
Het derde punt betreft Uw motivatie. Aangezien het aantal aanvragers van een compostela inmiddels boven de 200.000 per jaar ligt, maakt het Pelgrimsbureau in Santiago, rúa do Vilar 1/3, een onderscheid tussen de echte pelgrims en alle anderen. Echte pelgrims lopen of fietsen naar Santiago uit –primair– religieuze overtuiging. Ze geloven. Alle anderen lopen of fietsen om een of meer andere redenen: ontspanning, prestatie, cultuur en wat al niet meer. Pelgrims krijgen gratis een ‘echt’ compostolaat. Een gift wordt overigens wel op prijs gesteld. Alle anderen kunnen een ‘certificado de distancia’ kopen. Het kost drie euro.

Het steentje is ook een typisch attribuut voor de reis naar Santiago. Het is een (willekeurige) steen die U vanuit huis meeneemt en die U deponeert op de grote berg stenen aan de voet van het Cruz de Ferro. Dit ijzeren kruis op een lange houten paal staat op de Monte Irago, 1505 m boven de zeespiegel, enkele tientallen kilometers na León. Uiteraard kunt U een -voor u- bijzondere steen meenemen. Het deponeren van een steen bij het Cruz de Ferro, eventueel met opschrift, is een oude traditie die nog steeds in ere wordt gehouden, alhoewel ook allerlei andere spullen aan de voet van de paal worden gedeponeerd. Maar dat is eigenlijk niet de bedoeling.
Hieronder een volledig lijstje mee te nemen spullen:

  • Kaarten en kompas of fietsnavigatiesysteem.
  • Papieren: credential, ID-bewijs, creditcard, bankpas, zorgpas, euro’s, (mail-)adressenlijst.
  • Medicijnen: vette (zink)zalf, pijnstillers, diacura, zonnebrand, hoestpastilles, lippencrème, pleisters.
  • Fiets: stuurtas, voor en achtertassen, regenhoezen, kabelslot, bidons, fietshelm plus evt. een badmuts voor als het met bakken uit de hemel komt.
  • Gereedschap en reserveonderdelen: bandreparatie, imbussleutels, olie, steeksleutel, schroevendraaier, spakensteller, poetsdoekje, kettingpons, 4 spaken, remblokjes, rem- en derailleurkabels, binnenband(en) en enkele schakels, missing link.
  • Fietskleding: 2 kunststof (fiets)shirts, 2 fietsbroeken (met zeem), paar fietshandschoenen, goede lage outdoor schoenen, naadvrije outdoor kousen (links/rechts), windjack, zonnebril, regenkleding of poncho, reflecterend hesje.
  • Gewone kleding: lange (afrits)broek, shirt, overhemd korte mouw, 3 x ondergoed, 3 x sokken, bodywarmer, event. paar sandalen.
  • Toiletartikelen en slaapspullen: zeep, babyshampoo, tandenborstel/pasta, kam, kunststof handdoek, oordopjes/watten, scheermes/zeep, doucheslippers, vochtige doekjes, nagelknipper, papieren zakdoekjes, slaapzak of lakenzak, kussensloop.
  • Proviand en wat overige spulletjes: water, fruit, koek, ’n klein rugzakje, zakmes, ‘n paar vuilniszakken, fluitje, touw, aansteker, mobieltje/oplader, fotocamera of videocamera/oplader, USB-kabeltje, elastiekjes, flesopener, drinkglas, wasknijpers, aantekenboekje en potlood, event. reservebril, steen, driepoot vouwstoeltje en eventueel  een taalgidsje Nederlands naar Spaans/Frans.
  • Kampeerspullen: Indien U (ook) wilt kamperen dan is een beperkte kampeerset nodig: Klein dubbeldaks (koepel)tentje (zonder metalen luifelstokken), slaapmat of een licht luchtbedje, opblaasbaar kussentje, eenpits gasbrander, gasflesje, lucifers, pannetje met deksel en pannenhouder, bord/bestek, houten lepel, afdroogdoek, peper en zout.

Gaat U vroeg of juist laat in het seizoen dan is warmere (extra) kleding nodig.

Behalve de typische caminodingen in Uw bagage zoals pelgrimspaspoort en de pelgrimssteen zijn er twee andere ‘dingen’ die typisch zijn voor de Camino, het traject tussen de Pyreneeën en Santiago. Ik bedoel:
– de pelgrimsherberg.
– het pelgrimsmenu.
Een pelgrimsherberg is een overnachtingsplaats waar uitsluitend pelgrims in het bezit van een pelgrimspaspoort één nacht kunnen verblijven. Aan de Camino Francés liggen honderden van deze albergues, ook wel refugio’s genaamd. De overnachting is goedkoop (5 à 12 euro), maar U slaapt in een stapelbed op een (grote) slaapzaal. Mannen en vrouwen door elkaar, behalve in enkele streng katholieke albergues. Daar zijn de bokken van de schapen gescheiden. In een albergue heeft u nauwelijks privacy en om 22.00 uur gaat het licht uit. Om 08.00 uur moet U weg zijn. Er zijn geen dekens of lakens op de bedden. U krijgt alleen een schone matrasovertrek. Mogelijk schrikt het U af, maar overnachten in een albergue hoort wel echt bij de Camino. Gewoon doen dus, net als die tientallen anderen die te voet onderweg zijn. En als U ’n keer een rustige nacht wilt dan wijkt U uit naar een pension, hostal of hotel. Wilt U als een luxe pelgrim overnachten, neem dan Uw intrek in het Hostal San Marcos in León of in bijv. het Parador Bernardo de la Fresneda in Santo Domingo de la Calzada. Niet goedkoop maar wel erg fraai.

Het pelgrimsmenu heet ook wel menú del dia. Het dagmenu. Het wordt geserveerd tussen 13.00 en 15.00 uur en tussen 19.00 en 21.00 uur. Het kost rond de 10 euro. U krijgt daarvoor een klein voorgerechtje, een eenvoudig doch voedzaam hoofdgerecht en een simpel toetje. Plus een fles huiswijn en een karaf water. Het is vrijwel altijd een uitstekende maaltijd. À la carte dineren kan in Spanje ’s avonds pas na 21:00 uur. In Frankrijk vanaf 19:30 uur.

9. Aan welke eisen moet de fiets voldoen?

De belangrijkste eisen zijn:

  1. De fiets moet U lekker zitten. Dat wil zeggen: de juiste framemaat, een goed zadel en de juiste afstelling van zadel en stuur.
  2. Het moet een stevige fiets zijn. Met een stijf genoeg frame om een shimmy te voorkomen.
  3. De fiets moet tenminste 24 versnellingen én remblokjes (velgremmen) hebben.

Al het andere is extra. Natuurlijk kunt U kiezen voor een Santos met rohloff-naaf en riemaandrijving. Prima, de fiets zal veel bekijks trekken. U kunt ook met een elektrische fiets vertrekken. Maar realiseert U zich wel dat alles wat buiten de scope van het ‘normale’ ligt bij mankementen problemen kan opleveren. De Franse en Spaanse fietsenmakers zijn wel vertrouwd met derailleur, remblokjes en remkabels. Maar veel minder met elektronica of met het monteren van een nieuwe krans in een complexe naafversnelling. En als U de taal niet machtig bent zijn de problemen mogelijk nog groter. Dus, neem een U vertrouwde gewone stevige fiets met 24 versnellingen en een goed zadel.
Voor Uw bagage gebruikt U vier fietstassen (twee als U erg weinig meeneemt) en een stuurtas. Reken er wel op dat U onderweg bijna zeker met regen te maken krijgt. Dus gebruik ofwel (tweedehands) waterdichte tassen ofwel zorg ervoor dat Uw spatwaterdichte tassen kunnen worden afgedekt met plastic zakken als U in een regenbui terecht komt.

10. Hoe verloopt een fietsdag?

Elke dag kent een vast ritme. Het is verstandig om op tijd, zo rond acht uur of half negen te vertrekken. Na eerst wat gegeten te hebben. Omdat U over binnenwegen rijdt is het winkelaanbod vaak beperkt. Stop dus bij de eerste de beste ‘alimentation’, ‘boulangerie’ of supermarktje dat U tegen komt. Om tien uur, half elf is het weer tijd voor een pauze met koffie en wat te eten. Rond het middaguur de lunch in een brasserie, een klein restaurantje of gewoon langs de kant van de weg als U in ‘the middle of nowhere’ bent.
Tussen vier en vijf uur is het tijd om uit te kijken naar een overnachtingsplek. Uw routeboekjes bevatten voldoende overnachtingsadressen. Gebruik ook de aanvullingen op Uw editie want er verandert regelmatig wat in de adressenlijst.  In Spanje moet U ermee rekening houden dat een albergue/refugio vol is of geen fietsers accepteert.

Omdat U weinig kleding meeneemt en de reis een paar weken duurt moet U onderweg Uw kleding wassen. Hoe vaak U dat doet is aan U. Maar doe het niet te weinig. Meest gebruikelijk is een handwasje in een wasbak of emmer. Gebruik babyshampoo als wasmiddel.
Afhankelijk van de tijd die U aan Uw reis wilt (kunt) besteden ruimt U tijd in om ‘wat’ te bezoeken. Het aantal bezienswaardigheden is overweldigend. U moet kiezen want ‘alles zien’ zal niet lukken. Helaas kiezen vrij veel fietsers ervoor om vooral dóór te gaan. Hoe eerder aan de meet in Santiago hoe beter. Zo lijkt het. En sommigen laten dus veel moois schieten. Jammer.
Want het belangrijkste advies dat ik U kan geven is:
‘Geniet onderweg van elke kilometer, van elke ontmoeting, van de mooie natuur en van het prachtige culturele erfgoed aan of vlakbij de Camino.’

Neem er de tijd voor. Het zal U een onvergetelijke ervaring opleveren.

Mat Knaapen

Reacties kunt U sturen naar: Sanxacobeo@hotmail.nl